Behandeling & Beleid

Welke behandelingen zijn mogelijk bij het Bertolotti-syndroom en hoe wordt bepaald wat bij jouw klachten past?

Inleiding

Voor het Bertolotti-syndroom bestaat geen algemeen aanvaard behandelprotocol dat voor iedere patiënt geschikt is. De klachten en mogelijke pijnbronnen kunnen namelijk sterk verschillen.

De behandeling wordt daarom afgestemd op de individuele situatie, de ernst van de klachten, de bevindingen bij onderzoek en eerdere behandelresultaten.

Mogelijke behandelingen variëren van fysiotherapie en pijnbehandeling tot chirurgische ingrepen bij zorgvuldig geselecteerde patiënten. Het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van deze behandelingen is nog beperkt, waardoor niet vooraf met zekerheid kan worden voorspeld welke aanpak het beste resultaat geeft.

Een lumbosacrale overgangswervel (LSTV) op zichzelf is geen reden voor behandeling. Veel mensen met deze anatomische variant hebben geen klachten die ermee samenhangen.

Bij het Bertolotti-syndroom wordt gekeken naar de vermoedelijke pijnbron, de ernst en duur van de klachten, de beperkingen in het dagelijks leven en de resultaten van eerdere behandelingen. Zowel de klachten als de bevindingen bij onderzoek en beeldvorming spelen hierbij een rol.

Stapsgewijze benadering

Bij het Bertolotti-syndroom wordt vaak een stapsgewijze behandeling overwogen. Daarbij wordt doorgaans begonnen met minder ingrijpende mogelijkheden, afhankelijk van de klachten en de vermoedelijke pijnbron.

Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden:

  • Conservatieve behandelingen: bijvoorbeeld fysiotherapie, oefentherapie en medicamenteuze pijnbehandeling.
  • Interventionele behandelingen: bijvoorbeeld gerichte injecties of andere pijnbehandelingsprocedures.
  • Chirurgische behandelingen: zoals het verwijderen van een pijnlijk pseudo-gewricht (resectie) of, in geselecteerde gevallen, een wervelkolomfusie (spondylodese).

Niet iedere behandeling is voor iedere patiënt geschikt. Ook hoeft niet iedereen alle behandelstappen te doorlopen. De keuze wordt gemaakt op basis van een individuele medische beoordeling.

Conservatief beleid als uitgangspunt

Bij lage rugpijn, ook wanneer sprake is van het Bertolotti-syndroom, worden vaak eerst niet-operatieve behandelingen overwogen.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • Voorlichting en begeleiding: uitleg over de aandoening, mogelijke pijnbronnen en behandelopties.
  • Fysiotherapie of oefentherapie: gericht op spierkracht, stabiliteit, beweeglijkheid en het verbeteren van de belastbaarheid, afgestemd op de individuele klachten.
  • Aanpassing van activiteiten: zoeken naar een passende balans tussen belasting en herstel, zonder onnodige inactiviteit.
  • Pijnmedicatie: indien passend, volgens gangbare medische richtlijnen en in overleg met de behandelend arts.

Het doel is pijnvermindering, verbetering van het dagelijks functioneren en het vergroten van de kwaliteit van leven.

Conservatieve behandelingen veranderen de aangeboren anatomische variant niet. Bij aanhoudende ernstige klachten kan verder onderzoek naar gerichte pijnbehandeling of chirurgische mogelijkheden worden overwogen.

Waarom gebruikelijke behandelingen niet altijd voldoende helpen

Bij sommige mensen met het Bertolotti-syndroom geven fysiotherapie, oefentherapie of pijnmedicatie onvoldoende verlichting.

Een mogelijke verklaring is dat algemene behandelingen voor lage-rugpijn niet altijd gericht zijn op een specifieke pijnbron, zoals een pseudo-gewricht of veranderde belasting van aangrenzende wervelsegmenten.

Wanneer klachten blijven bestaan, betekent dit niet automatisch dat de behandeling verkeerd is uitgevoerd of dat verdere verbetering onmogelijk is. Het kan wel aanleiding zijn om de vermoedelijke pijnbron opnieuw te beoordelen en te onderzoeken of een gerichtere behandeling passend is.

Ook kunnen meerdere pijnbronnen tegelijkertijd aanwezig zijn. Daarom blijft een individuele aanpak belangrijk, waarbij rekening wordt gehouden met de anatomie, klachten, beperkingen en eerdere behandelresultaten.

Interventionele behandelingen

Wanneer conservatieve behandelingen onvoldoende verlichting geven, kunnen bij sommige patiënten gerichte pijnbehandelingen worden overwogen.

Mogelijke interventies zijn:

  • Gerichte injecties: bijvoorbeeld in een pseudo-gewricht of facetgewricht, met een lokaal verdovingsmiddel en eventueel een corticosteroïd. Deze injecties kunnen worden gebruikt om een vermoedelijke pijnbron te onderzoeken en soms ook om pijn te verminderen.
  • Radiofrequente behandeling: een techniek waarbij pijnsignalen van bepaalde zenuwtakjes worden beïnvloed. De toepassing bij het Bertolotti-syndroom is nog beperkt onderzocht.

Het effect van deze behandelingen verschilt per persoon. Pijnverlichting kan kortdurend zijn, maar soms ook langer aanhouden. Bij andere patiënten blijft een merkbaar effect uit.

Het wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid op lange termijn is beperkt. Ook voorspelt het resultaat van een injectie niet altijd hoe iemand op een eventuele operatie zal reageren.

De keuze voor een interventionele behandeling hangt af van de vermoedelijke pijnbron, eerdere behandelresultaten en een individuele medische beoordeling.

Meer informatie vind je op de pagina Injecties & Pijnbehandeling.

Chirurgische behandeling

Bij patiënten met ernstige, aanhoudende pijnklachten door het Bertolotti-syndroom kan een operatie worden overwogen. Dit geldt vooral wanneer niet-operatieve behandelingen onvoldoende verlichting bieden en er een aannemelijke samenhang bestaat tussen de anatomische afwijking en de klachten.

Afhankelijk van de anatomie en de vermoedelijke pijnbron zijn verschillende operaties mogelijk:

  • Resectie: het chirurgisch verwijderen van een pijnlijk pseudo-gewricht of een deel van de vergrote dwarsuitloper.
  • Spondylodese (wervelkolomfusie): het operatief vastzetten van wervels om beweging tussen bepaalde wervelsegmenten te voorkomen. Dit kan in geselecteerde situaties worden overwogen.

De keuze voor een operatie hangt onder andere af van de anatomische kenmerken, eventuele bijkomende afwijkingen, de ernst van de beperkingen en de resultaten van eerdere behandelingen.

Wetenschappelijke onderzoeken beschrijven bij een deel van de geopereerde patiënten een duidelijke vermindering van pijn en verbetering van het functioneren. De beschikbare studies zijn echter relatief klein en verschillen in opzet, waardoor de resultaten niet zonder meer voor iedere patiënt gelden.

Een operatie biedt geen garantie op pijnvermindering en brengt risico’s met zich mee. Daarom is een zorgvuldige beoordeling door een wervelkolomchirurg met kennis van lumbosacrale overgangswervels belangrijk.

Realistische verwachtingen

Het resultaat van een behandeling bij het Bertolotti-syndroom verschilt per persoon en hangt onder andere af van de vermoedelijke pijnbron, de ernst en duur van de klachten en eventuele bijkomende aandoeningen.

Bij sommige patiënten kan behandeling leiden tot aanzienlijke pijnvermindering en verbetering van het dagelijks functioneren. Bij anderen is de verbetering beperkter of blijft het gewenste effect uit.

Volledige klachtenvrijheid is mogelijk, maar kan niet worden gegarandeerd. Ook verschilt de herstelperiode per behandeling en per patiënt.

Het is daarom belangrijk dat patiënt en behandelaar vooraf bespreken wat het doel van de behandeling is, welke resultaten redelijkerwijs verwacht kunnen worden en welke onzekerheden en risico’s daarbij horen.

Bronnen

Wetenschappelijke en medische literatuur

StatPearls – Bertolotti Syndrome
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK585032/

A Comprehensive Update of the Treatment and Management of Bertolotti Syndrome: A Best Practices Review. Orthopedic Reviews.
https://orthopedicreviews.openmedicalpublishing.org/article/24980-a-comprehensive-update-of-the-treatment-and-management-of-bertolotti-syndrome-a-best-practices-review

Bertolotti’s Syndrome: A Diagnostic and Management Dilemma. International Journal of Spine Surgery.
https://www.ijssurgery.com/content/9/42

Clinical considerations in Bertolotti’s syndrome.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7964015/


Deze informatie is gebaseerd op huidige wetenschappelijke literatuur en is bedoeld ter algemene voorlichting. Het vervangt geen individueel medisch advies.