Lumbosacrale overgangswervel (LSTV)
Anatomische variant van de lumbosacrale overgang.
Anatomische variant van de lumbosacrale overgang.
Een lumbosacrale overgangswervel (LSTV) is een aangeboren anatomische variatie ter hoogte van de overgang tussen de lumbale wervelkolom en het sacrum.
Normaal bestaat de onderrug uit vijf lendenwervels (L1–L5), gevolgd door het sacrum, dat uit vergroeide sacrale segmenten bestaat. Bij een LSTV vertoont het onderste segment kenmerken van zowel een lendenwervel als een sacrale wervel.
Dit kan zich uiten als:
Vergrote dwarsuitlopers van L5
Contact tussen L5 en het sacrum
Een gewrichtsachtige verbinding (pseudo-articulatie)
Gedeeltelijke of volledige benige fusie
Een LSTV ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling en is dus aangeboren. Het betreft geen slijtageproces en is niet het gevolg van trauma of verkeerde belasting.
De anatomische variatie kan verschillende morfologische vormen aannemen. De twee hoofdvormen zijn:
De vijfde lendenwervel is geheel of gedeeltelijk vergroeid met het sacrum. Hierdoor vermindert de beweeglijkheid van het overgangssegment.
Het bovenste sacrale segment vertoont kenmerken van een lendenwervel en functioneert gedeeltelijk als extra lumbaal segment.
Daarnaast kan er sprake zijn van een pseudo-gewricht tussen de vergrote dwarsuitloper en het sacrum. Dit betreft een abnormale, gewrichtsachtige verbinding die in sommige gevallen biomechanisch relevant kan zijn.
Niet iedere morfologische variant heeft klinische betekenis.
Lumbosacrale overgangswervels komen relatief vaak voor. In verschillende beeldvormingsstudies wordt een prevalentie gerapporteerd tussen ongeveer 4% en 30% van de algemene bevolking.
De spreiding in deze cijfers hangt samen met:
Verschillen in radiologische criteria
Type beeldvorming (röntgen, CT, MRI)
Selectie van onderzochte populaties
Interpretatieverschillen tussen beoordelaars
De meerderheid van de mensen met een LSTV heeft geen klachten en ontdekt de variant toevallig bij beeldvorming om andere redenen.
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen een anatomische bevinding en een klinische diagnose.
LSTV (anatomische variant)
Een structurele variatie van de overgangswervel, zonder dat er noodzakelijkerwijs klachten aanwezig zijn.
Bertolotti-syndroom (klinische diagnose)
Wanneer de overgangswervel aantoonbaar samenhangt met lage rugklachten en andere oorzaken voldoende zijn uitgesloten.
Beeldvorming alleen is onvoldoende om dit onderscheid te maken.
De diagnose Bertolotti-syndroom vereist klinische correlatie, en soms aanvullende diagnostische stappen zoals gerichte infiltratie.
Een LSTV is een aangeboren anatomische variatie
De prevalentie ligt tussen ongeveer 4% en 30%
Het merendeel van de mensen heeft geen klachten
Alleen bij klinische correlatie spreekt men van het Bertolotti-syndroom
Castellvi AE, Goldstein LA, Chan DP.
Lumbosacral transitional vertebrae and their relationship with lumbar extradural defects. Spine. 1984.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/6462404/
Konin GP, Walz DM.
Lumbosacral Transitional Vertebrae: Classification, Imaging Findings, and Clinical Relevance. American Journal of Neuroradiology. 2010.
https://www.ajnr.org/content/31/10/1778
Bron JL, van Royen BJ, Wuisman PIJM.
The clinical significance of lumbosacral transitional anomalies. Acta Orthopaedica Belgica.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18260400/
Radiopaedia – Lumbosacral Transitional Vertebra
https://radiopaedia.org/articles/lumbosacral-transitional-vertebra
Deze informatie is gebaseerd op huidige wetenschappelijke literatuur en is bedoeld ter algemene voorlichting. Het vervangt geen individueel medisch advies.