Hoe vaak komt het voor?
Prevalentie en klinische relevantie.
Prevalentie en klinische relevantie.
Een lumbosacrale overgangswervel (LSTV) — de aangeboren variatie waarbij de vijfde lendenwervel in verschillende mate contact maakt met het sacrum — komt relatief vaak voor.
De prevalentie van LSTV in beeldvormingsstudies varieert afhankelijk van populatie, gebruikte techniek en classificatiecriteria. Grote overzichtsstudies vinden:
4%–36% in de algemene bevolking volgens verschillende onderzoeken.
Een gemiddelde prevalentie rond 15% in gecombineerde analyses.
In specifieke studiepopulaties, bijvoorbeeld bij mensen met lage rugpijn op CT-beeldvorming, was LSTV aanwezig in ~12–38% van de gevallen.
De variatie in percentages hangt samen met:
Verschillen in radiologische criteria (bijv. welke dwarsuitlopers worden meegerekend)
Het type beeldvorming (röntgen, CT, MRI)
De selectie van de onderzochte groep (algemene bevolking vs. rugpijnpatiënten)
Interpretatieverschillen tussen waarnemers
In populaties gedefinieerd als “algemeen” is een LSTV dus een relatief veelvoorkomend bevinding, maar niet iedereen met een LSTV heeft klachten.
Het verschil tussen het hebben van een LSTV en daadwerkelijk klachten die hieraan worden toegeschreven is groot.
In sommige onderzoeken wordt voorgesteld dat 4%–8% van de algemene bevolking een Bertolotti-syndroom zou hebben — dat is: lage rugpijn met klinische correlatie aan de LSTV.
In een oudere populatie-studie bij meer dan 8.000 personen was de prevalentie van Bertolotti-syndroom ~4.6% in de totale groep en ~11.4% bij jongere (<30 jaar) patiënten.
Bij mensen die specifiek met lage rugpijn worden gezien, werd in enkele onderzoeken ook gezien dat een duidelijker klinische associatie tussen LSTV en pijn vaker voorkomt, maar deze associaties verschillen tussen studies en zijn vaak afhankelijk van de gebruikte diagnostische criteria.
Het is belangrijk te benadrukken dat het Bertolotti-syndroom geen volledig eenduidige diagnose met vaste drempelwaarde is, wat de interpretatie van deze percentages beïnvloedt.
De redenen voor de brede spreiding in de gerapporteerde frequenties zijn onder andere:
Betere diagnostische methoden – CT en MRI detecteren LSTV betrouwbaarder dan standaard röntgen.
Selectie van patiëntenpopulaties – studies bij rugpijnpatiënten tonen andere percentages dan studies bij asymptomatische personen.
Definities en classificatie – niet alle onderzoeken gebruiken dezelfde anatomische criteria voor wat precies een overgangswervel is.
Interpretatieverschillen tussen radiologen en clinici – sommige afwijkingen worden in verslagen niet expliciet genoemd of geclassificeerd.
Niet iedere persoon met een LSTV ontwikkelt klachten. Sommige studies benadrukken dat:
Het merendeel met een overgangswervel geen duidelijke symptomen rapporteert.
Specifieke types (zoals Type II en IV volgens Castellvi) kunnen vaker samengaan met pijnklachten, maar ook dit is niet universeel.
Onderliggende biomechanische factoren en degeneratieve veranderingen spelen een rol bij het ontwikkelen van symptomen.
Lumbosacrale overgangswervels komen relatief vaak voor: geschat tussen ongeveer 4% en 36% in verschillende populaties en beeldvormingstechnieken.
Het Bertolotti-syndroom is minder frequent: prevalentie-schattingen lopen van ~4% tot ≥10% in jongere rugpijnpopulaties, maar zijn lastig exact te bepalen.
De meerderheid met een LSTV heeft geen pijn — klinische correlatie is essentieel voordat de diagnose Bertolotti-syndroom wordt gesteld.
De prevalentie hangt af van beeldvormingstype, populatie en interpretatiecriteria.
StatPearls – Bertolotti Syndrome
Bertolotti syndrome is congenital and may affect up to 8% of people when symptomatic; LSTV more common (4–30%).
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK585032/
Quinlan et al. – Int J Spine Surg (2015)
Prevalence of Bertolotti’s syndrome ~4.6% overall, higher (~11.4%) in younger patients.
https://www.ijssurgery.com/content/9/42
Alonzo F. et al. – J Surg Case Rep (2018)
Prevalence of LSTV noted between 4–30% in general population; specific symptomatic prevalence detailed.
https://academic.oup.com/jscr/article/2018/10/rjy276/5133596
Paton GJ et al. (2024)
Overall LSTV prevalence ~10% in a large cohort, with subtype distributions.
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2214854X24000013
Jat SK et al. (2023)
Higher LSTV prevalence in symptomatic cases (~38%) vs controls (~22%).
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10349302/
Longdom Review – Bertolotti’s Syndrome
LSTV prevalence often reported 5–15% across different populations.
https://www.longdom.org/open-access/bertolottis-syndrome-prevalence-classification-and-current-concepts-of-management-a-review-42126.html
Deze informatie is gebaseerd op huidige wetenschappelijke literatuur en is bedoeld ter algemene voorlichting. Het vervangt geen individueel medisch advies.