Beeldverhaal 01 – Lumbosacrale overgangswervel
CT- en MRI-beelden met uitleg over een specifieke overgangsvariant en de anatomische context.
CT- en MRI-beelden met uitleg over een specifieke overgangsvariant en de anatomische context.
In dit beeldverhaal worden MRI- en CT-beelden van één patiënt gebruikt om te laten zien hoe een lumbosacrale overgangswervel op verschillende beeldvormende modaliteiten zichtbaar kan zijn.
De beelden tonen een aangeboren variant waarbij de onderste mobiele lendenwervel vergrote dwarsuitlopers heeft die contact maken met het sacrum. Dit type overgang kan de biomechanica van de onderrug veranderen en behoort tot het Bertolotti-spectrum.
Bij markering ① is de lumbosacrale overgang zichtbaar: het gebied waar de onderste mobiele lendenwervel overgaat in het sacrum.
In dit segment is een afwijkende anatomische relatie te zien tussen de wervel en het sacrum. De vorm en positionering van dit overgangsgebied wijken af van de normale anatomie en suggereren de aanwezigheid van een lumbosacrale overgangswervel.
Een dergelijke anatomische variant kan de bewegelijkheid van dit segment veranderen, waardoor de belasting op omliggende structuren — zoals tussenwervelschijven, facetgewrichten en omliggende weke delen — anders verdeeld wordt.
MRI is vooral geschikt om te beoordelen hoe deze anatomische afwijking doorwerkt op de omliggende weefsels en of er tekenen zijn van secundaire belasting.
Bij markeringen ② zijn aan beide zijden de vergrote dwarsuitlopers van de onderste mobiele lendenwervel zichtbaar.
Deze dwarsuitlopers zijn duidelijk verbreed en maken nauw contact met het sacrum. Het beeld past bij een lumbosacrale overgangswervel, waarbij sprake kan zijn van een pseudo-articulatie tussen de dwarsuitlopers en het sacrum.
De symmetrische vorm van de botstructuren en de configuratie van de overgang wijzen op een aangeboren ontwikkelingsvariant en niet op een verworven degeneratief proces.
De coronale CT-opname is bijzonder geschikt om de botanatomie en de relatie tussen wervel en sacrum gedetailleerd in beeld te brengen.
Bij markeringen ③ is in profiel te zien hoe de vergrote dwarsuitlopers van de onderste lendenwervel zich verhouden tot het sacrum.
Dit zijaanzicht laat zien dat de mechanische overgang tussen wervelkolom en sacrum anders is dan normaal. Door de afwijkende vorm en stand van deze verbinding kan de bewegingsvrijheid van het overgangssegment veranderen.
Dit kan leiden tot een veranderde krachtenoverdracht tussen de wervelkolom en het bekken, wat een mogelijke verklaring vormt voor pijnklachten in de onderrug bij belasting of beweging.
De bovenstaande beelden tonen verschillende aanzichten van dezelfde lumbosacrale overgang bij één persoon.
Er is sprake van een aangeboren lumbosacrale overgangswervel, waarbij de onderste mobiele lendenwervel vergrote dwarsuitlopers heeft die contact maken met het sacrum.
Deze anatomische variant valt binnen het Bertolotti-spectrum. Door de afwijkende verbinding tussen wervel en sacrum kan de normale biomechanica van de onderrug veranderen, wat in sommige gevallen kan bijdragen aan pijnklachten.
Op basis van de beeldvorming passen de bevindingen het best bij Castellvi type II, waarschijnlijk bilateraal.
Dit type wordt gekenmerkt door:
vergrote dwarsuitlopers van de onderste lendenwervel
een (pseudo-)articulatie met het sacrum
Binnen de Jenkins-classificatie valt deze afwijking in een categorie waarbij de overgangswervel klinisch relevant kan zijn, afhankelijk van de mate van biomechanische belasting en de relatie met klachten.
Het herkennen van een lumbosacrale overgangswervel — eventueel in combinatie met lumbalisatie (L6) — is belangrijk om:
juiste wervelnummering te waarborgen
klachten in de juiste anatomische context te plaatsen
gerichte diagnostiek en behandeling mogelijk te maken
Niet elke overgangswervel veroorzaakt klachten. De combinatie van anatomie, biomechanische belasting en klinische presentatie bepaalt uiteindelijk de klinische betekenis.